Translation of "Knochen" into Dutch
bot, been, knok are the top translations of "Knochen" into Dutch.
Teil eines aus Knochengewebe bestehenden Endoskeletts. [..]
-
bot
noun neuteranatomie [..]
Der Hund war eifrig damit beschäftigt, seinen Knochen im Garten zu vergraben.
De hond was bezig met het begraven van zijn bot in de tuin.
-
been
noun neuter) graat [..]
Ein Meniskus ist kein Knochen. Er ist ein Knorpel, ein elastisches, biegsames Gewebe.
Een meniscus is geen been. Het is kraakbeen, een elastisch, buigzaam weefsel.
-
knok
Een samengesteld materiaal dat grotendeels uit calciumfosfaat en collageen bestaat en waaruit het skelet van de meeste gewervelde dieren bestaat.
-
Less frequent translations
- schonk
- graat
- knook
- kerel
- kluif
- knoken
- ledematen
- lijf
- vent
- knekel
- beenweefsel
- knokkel
- Tiengaatssleutel
- beenderen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Knochen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
-
uitbenen
Danach werden Knochen, Fettgewebe und Sehnen entfernt.
Daarna volgen het uitbenen, het opmaken en het verwijderen van de pezen.
Images with "Knochen"
Phrases similar to "Knochen" with translations into Dutch
-
skelet · vel over vlees
-
Helmut Knochen
-
plat been
-
hij heeft het in zijn botten