Translation of "Mann" into Dutch
man, echtgenoot, heer are the top translations of "Mann" into Dutch.
männliche Person (Amtsdeutsch) [..]
-
man
noun masculineheraldisch figuur [..]
Sie erwiderte, dass sie den Mann noch nie gesehen hat.
Ze antwoordde dat ze de man nooit eerder gezien had.
-
echtgenoot
noun masculineDe mannelijke partner in een huwelijk of huwelijksrelatie.
Sie mochte ihren Mann nicht.
Ze had haar echtgenoot niet graag.
-
heer
noun masculineVolwassen menselijk lid van de kunne die jong begint met het bevruchten van eicellen.
Einer von euch Männern muss einen Toast ausbringen.
Eén van jullie heren moeten een toost uitbrengen.
-
Less frequent translations
- vent
- manspersoon
- mens
- kerel
- jongen
- mannetje
- gast
- gade
- mannelijk persoon
- vazal
- meneer
- gozer
- manmens
- de mens
- mannen
- mannelijk
- baas
- eega
- gemaal
- pief
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Mann" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
-
mannelijk
adjectiveDu bist der wildeste Mann, den ich je kannte.
Jij bent de mannelijkste man die ik ken.
Images with "Mann"
Phrases similar to "Mann" with translations into Dutch
-
Eenmansorkest · eenmansorkest
-
de man is gered
-
ex · ex-man
-
Young Man with a Horn
-
Tsjelovek s kinoapparatom
-
een man van invloed
-
wildeman
-
een man van middelbare leeftijd