Translation of "benutzen" into Dutch
gebruiken, aanwenden, benutten are the top translations of "benutzen" into Dutch.
deployen (fachsprachlich) [..]
-
gebruiken
verbzich bedienen van, toepassen [..]
Um sich zu verteidigen, hat er seinen Schirm benutzt.
Om zich te verdedigen, gebruikte hij zijn paraplu.
-
aanwenden
verbEen voorwerp inzetten, meestal om een bepaald doel te bereiken.
Hilfe ist nützlich, wenn sie in die Hände derjenigen gelangt, die sie zu benutzen verstehen.
De hulp is nuttig als ze terecht komt bij mensen die weten hoe ze die hulp moeten aanwenden.
-
benutten
verbEen voorwerp inzetten, meestal om een bepaald doel te bereiken.
Auch der wird benutzt und nicht ein allgemeiner Artikel.
Ook dat wordt benut en niet een algemeen artikel.
-
Less frequent translations
- toepassen
- doen
- bezigen
- zetten
- aandoen
- aanbrengen
- steken
- plaatsen
- aantrekken
- leggen
- aanzetten
- gebruikmaken van
- stoppen
- opbrengen
- inrijden
- voordoen
- opleggen
- utiliseren
- afslijten
- doorvoeren
- stellen
- in toepassing brengen
- hanteren
- overgaan
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "benutzen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
"Benutzen" in German - Dutch dictionary
Currently, we have no translations for Benutzen in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.
Phrases similar to "benutzen" with translations into Dutch
-
delen · participeren · splitsen
-
een schoenlepel gebruiken
-
gebruikt