Translation of "bereiten" into Dutch
aanmaken, bereiden, maken are the top translations of "bereiten" into Dutch.
bereiten
verb
grammar
mit sich bringen (umgangssprachlich)
-
aanmaken
verb -
bereiden
verbEr erschien immer bereit, alles zu besprechen, und war sehr tolerant.
Hij was altijd bereid voor een gesprek en zeer verdraagzaam.
-
maken
verbTom kann nicht einmal einen Salat bereiten.
Tom kan zelfs geen slaatje maken.
-
Less frequent translations
- doen
- toebereiden
- voorbereiden
- bouwen
- installeren
- bedrijven
- uitvoeren
- uitbrengen
- fitten
- uitrichten
- construeren
- aanleggen
- veroorzaken
- stellen
- zetten
- leggen
- stoppen
- teweegbrengen
- plaatsen
- berokkenen
- aandoen
- aanrichten
- steken
- zitten
- baren
- bezorgen
- gereedmaken
- klaarzetten
- stichten
- zich klaarmaken
- zich voorbereiden
- houden
- stationeren
- beleggen
- poseren
- situeren
- uitschrijven
- verschaffen
- werken
- laten
- vervaardigen
- optreden
- bewegen
- uitwerken
- handelen
- opereren
- fabriceren
- bemiddelen
- belezen
- berijden
- determineren
- ageren
- overhalen
- uitreiken
- verstrekken
- bezig zijn
- doen besluiten
- effect sorteren
- laten doen
- nauwkeurig bepalen
- te werk gaan
- uitwerking hebben
- klaarmaken
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "bereiten" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "bereiten" with translations into Dutch
-
genotvol · plezierig · prettig
-
weest paraat
-
moeilijkheden veroorzaken
-
klaarstaan
-
klaarmaken
-
af · afgelopen · bereid · bereidwillig · bij voorkeur · eer · gaarne · genegen · gereed · gewillig · graag · gretig · klaar · klare · liefst · liever · met genoegen · paraat · veeleer · voorbereid · voorbereide · vrijwillig
-
bereden · te paard
-
plezier doen
Add example
Add