Translation of "laufen" into Dutch
lopen, rennen, hollen are the top translations of "laufen" into Dutch.
laufen (umgangssprachlich) [..]
-
lopen
verbZich van één plaats naar een andere bewegen door benen afwisselend te bewegen, zodat op een gegeven moment minstens één voet in contact met de vloer of oppervlakte is. [..]
Tom ist kleiner als Maria, aber er läuft schneller als sie.
Tom is kleiner dan Maria, maar hij loopt sneller dan zij.
-
rennen
verbSnel bewegen door afwisselend met beide voeten een sprong te maken.
Er lief so schnell, wie seine Glieder ihn tragen konnten.
Hij rende zo snel als zijn ledematen hem konden dragen.
-
hollen
verbSnel bewegen door afwisselend met beide voeten een sprong te maken.
Europa läuft in alle Himmelsrichtungen davon und unser Beitrittskandidat Türkei blockiert alles.
Europa holt alle kanten op en onze toetredingskandidaat Turkije blokkeert alles.
-
Less frequent translations
- wandelen
- hardlopen
- snellen
- stappen
- marcheren
- gaan
- werken
- aanstaan
- belopen
- bestaan
- draaien
- freewheelen
- geldig zijn
- overlopen
- tippelen
- verlopen
- zich afspelen
- gelopen
- gerend
- functioneren
- stromen
- draven
- vloeien
- galopperen
- spankeren
- slenteren
- het doen
- zich vertreden
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "laufen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
eines Verfahrens
-
Laufen
Laufen (district) [..]
Nach alledem schlage ich vor, die vom Amtsgericht Laufen vorgelegten Fragen wie folgt zu beantworten:
Gelet op het voorgaande geef ik in overweging de vragen van het Amtsgericht Laufen te beantwoorden als volgt:
-
loop
noun masculineIm Laufe des zwangzigsten Jahrhunderts hat sich das alles verändert.
In de loop van de twintigste eeuw is dit alles veranderd.
-
lopen
verb nounIm Laufe des zwangzigsten Jahrhunderts hat sich das alles verändert.
In de loop van de twintigste eeuw is dit alles veranderd.
-
Less frequent translations
- gaan
- hardlopen
Images with "laufen"
Phrases similar to "laufen" with translations into Dutch
-
vollopen
-
actueel · continu · doorlopend · draaiend · gestaag · huidig · loop · lopend · rennend · stroming · tegenwoordig · voortdurend
-
heen en weer lopen
-
je hebt een omweg gemaakt!
-
deze stof krimpt niet
-
skiën
-
schaatsen · schaatsenrijden
-
waterskiën