Translation of "machen" into Dutch

maken, doen, bedrijven are the top translations of "machen" into Dutch.

machen verb grammar

verbrechen (sarkastisch oder scherzh.) (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • maken

    verb

    in elkaar zetten [..]

    Ich kann nicht verstehen, wie ich so einen Fehler machen konnte.

    Ik kan maar niet verstaan hoe ik zo een fout heb kunnen maken.

  • doen

    verb

    een actie ondernemen [..]

    Ich komme, wenn ich die Hausaufgaben gemacht habe.

    Ik zal komen wanneer ik mijn huiswerk gedaan heb.

  • bedrijven

    verb

    Iets doen, bedrijven of volbrengen.

    Auf lange Sicht sollte damit eine Privatisierung möglich gemacht werden.

    Dit alles zou er op lange termijn toe leiden dat het bedrijf in aanmerking zou komen voor privatisering.

  • Less frequent translations

    • aanmaken
    • uitvoeren
    • uitrichten
    • uitbrengen
    • bouwen
    • laten
    • aanleggen
    • installeren
    • fabriceren
    • construeren
    • fitten
    • vervaardigen
    • stellen
    • geven
    • zetten
    • laten doen
    • leggen
    • aandoen
    • stoppen
    • steken
    • plaatsen
    • schenken
    • zitten
    • handelen
    • produceren
    • verlenen
    • creëren
    • uitkomen
    • uitgaan
    • aangeven
    • toebrengen
    • opbrengen
    • toekennen
    • afleggen
    • begaan
    • beginnen
    • klaarmaken
    • opdoen
    • opmaken
    • regelen
    • schoppen
    • stempelen
    • toebereiden
    • tot stand brengen
    • uithalen
    • veroorzaken
    • vormen
    • zich haasten
    • denken
    • schakelen
    • aanrichten
    • optreden
    • doorbrengen
    • verdrijven
    • stationeren
    • aanreiken
    • aansteken
    • doneren
    • aandraaien
    • uittreden
    • situeren
    • uitlopen
    • uitstappen
    • ordenen
    • poseren
    • inschakelen
    • arrangeren
    • aanbotsen
    • uitstijgen
    • werken
    • geduwd worden
    • te werk gaan
    • zich stoten
    • scheppen
    • opereren
    • aanpassen
    • voortbrengen
    • terugtrekken
    • uitwerken
    • annuleren
    • ageren
    • interpreteren
    • herroepen
    • accommoderen
    • bezig zijn
    • effect sorteren
    • uitwerking hebben
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "machen" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Machen Noun grammar
+ Add

"Machen" in German - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for Machen in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Images with "machen"

Phrases similar to "machen" with translations into Dutch

Add

Translations of "machen" into Dutch in sentences, translation memory